Bent u op zoek naar specifieke informatie?
Gebruik dan het onderstaande zoekveld.
|
|
Kete(n)poort
De Kete(n)poort, onderdeel van de uitgelegde stad, dateert uit 1598
en vormde één geheel met de Ketenboom. De Kete(n)poort ontleent de
naam aan de langs de Suyderdijk gelegen zoutketen. De poort wordt
door Wagenaar op diens kaart van 1598 trouwens Ossepoort
genoemd.
De Ketenboom lag over de Tocht (of Togt) die ten zuiden van
het Westeinde in de tijd van Wagenaar (kaart van 1598) een
breed water was. Het water liep tot in de uitgelegde stad door,
langs de stadswal, aan de binnenzijde. De kadasterkaart van 1832
noemt het water trouwens Osseschuring (het liep dan ook tot aan de
Ossemarkt). Het is trouwens moeilijk uit te maken wat in oudere
tijd met Ketenpoort wed bedoeld. De naam is ook synoniem geweest
voor de Zuiderpoort, thans de Drommedaris. Die gebouwen dateren uit
de oude tijd, voor 1590, en zijn er eigenlijk nog tot op de dag van
vandaag. Daarom komt men ook de aanduiding Oude Kete(n)poort tegen;
die aanduiding slaat dan op de Zuiderpoort = Drommedaris. De (nieuwe) Ketenpoort is eind negentiende eeuw afgebroken en de Ketenboom korte tijd later en staan nog vermeld op de plattegrond van 1885. In de nabijheid van de Ketenpoort heeft lange tijd (en in elk geval - blijkens een schilderij - in 1799) een klein molentje gestaan dat de naam "de Liefde" droeg en ook " de Wip" werd genoemd omdat het om een wipmolen ging. (Bron: "Tussen Hel en Vagevuur" - P. Zwart) |
|